De veelbelovende toekomst van de energieopwekkende woning

Nul Op de Meter renovatie woningen Wijk van Morgen, Heerlen

Technisch is de energieleverende woning al lang mogelijk. Toch wonen we nog niet massaal in zulke huizen, ook al zijn we er maar drie stappen van verwijderd.

De energieleverende woning is in principe klaar om op grote schaal gebouwd te worden. Ook bestaande woningen kunnen tegen een investering zo hoog als de gemiddelde energierekening over de looptijd van de hypotheek energieneutraal, of zelfs energieopwekkend gerenoveerd worden. Een win-win situatie voor de bewoners, het milieu en de economie. Toch is de woning die zelf energie opwekt nog schaars in Nederland. Wel zijn er al verschillende voorbeelden van energieneutrale woningen, zowel particuliere initiatieven als grotere, door woningcorporaties uitgerolde projecten. Voorbeelden zijn de projecten van Energiesprong en de Stroomversnelling. Dit artikel is eerder verschenen op Ruimtevolk en geschreven door Daphne Koenders

Energieneutraal of energieopwekkend?

Energieneutraal ligt eigenlijk helemaal niet zo ver van energieopwekkend af. “In potentie kunnen alle energieneutrale woningen ook energieopwekkend zijn”, vertelt Ivo Opstelten van het programma Energiesprong, een Rijksprogramma om de markt voor energieneutrale gebouwen aan te jagen. “Het hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. De overheid spreekt al van een energieneutrale woning als deze de energie opwekt die nodig is voor het gebouwgebonden verbruik, dus de koeling, verwarming en het warmwatergebruik. Maar de woningen in het programma Energiesprong renoveren we zo dat ze ook genoeg energie opwekken voor de gebruiksapparatuur, zoals de televisie en vaatwasser. Als je naast dit verbruik nog energie overhoudt, dan kun je naar mijn mening pas spreken van een energieopwekkende woning. In de praktijk zijn nul-op-de-meter woningen op sommige momenten in het jaar energieneutraal, op andere momenten energieopwekkend en gebruiken ze op andere momenten nog energie van het net.”

Hij neemt zijn eigen woning als voorbeeld. Een jaren ’30 woning die gerenoveerd is tot “energieneutrale en soms energieopwekkende woning”. Om het huis zit een speciale thermische schil op ‘passiefhuisniveau’, die ervoor zorgt dat Opstelten gedurende het jaar bijna geen verwarming nodig heeft. “Ik gebruik wel nog steeds gas, maar ongeveer een factor 6-7 minder dan normaal is voor zo’n woning. Het dak ligt vol met zonnepanelen, waardoor de woning op veel dagen meer opwekt dan nodig is voor het elektriciteitsverbruik. Met het overschot kan ik mijn elektrische auto opladen”, vertelt hij. “Al moet ik eerlijk bekennen dat de productie niet genoeg is voor alle kilometers die ik daarmee rijd. Het netto energiegebruik voor bewoning is echter vrijwel in balans”

Kansen voor de Hollandse rijtjeswoning

Vooralsnog zijn woningen zoals die van Opstelten een uitzondering. De meeste mensen in Nederland wonen in een naoorlogse rijtjeswoning. “In de bestaande voorraad is dus veel te winnen”, concludeert Opstelten. “Zeker omdat de meest voorkomende woningen, gebouwd tussen de jaren ’50 en de jaren ’80, energetisch slecht zijn. Bovendien staan de meeste van deze woningen er over 30 tot 40 jaar nog. En veel van deze woningen zijn op dezelfde manier gebouwd, waardoor je een oplossing voor een bepaald woningtype in theorie makkelijk kunt opschalen.”

Met name woningen uit de jaren ’60 en ‘70 – met meer dan twee miljoen exemplaren een dominante soort in de woningvoorraad – zijn energetisch slecht. Voor dit woningtype ontwikkelde een groep studenten van de TU Delft het concept ‘Prêt-à-Loger’ dat de woningen met enkele aanpassingen energieneutraal maakt. “We hebben het ouderlijk huis van een medestudent als uitgangspunt genomen. Een jaren ’60 rijtjeswoning in Honselersdijk, een woning zoals er zoveel zijn in Nederland”, vertelt Tim Jonathan, student bouwtechnologie en een van de bedenkers van het concept. “Dit woningtype kan energieneutraal worden door extreem goede isolatie aan de noordkant en een aangebouwde serre aan de zuidkant. Hier genereert de zon warmte waarmee het huis verwarmd kan worden. Tenslotte zorgt een groen dak voor natuurlijke koeling en isolatie door het verdampen van water.”

Prototype van de Prêt-à-Loger-woning op de campus van de TU Delft. Foto: Prêt-à-Loger

Drie stappen naar een energieleverende woningvoorraad

Hoewel het dus technisch mogelijk is, neemt energieneutraal wonen met concepten als ‘Prêt-à-Loger’ en programma’s als Energiesprong nog niet meteen een massale vlucht. Zelfs nieuwbouwwoningen worden in de meeste gevallen niet energieneutraal opgeleverd. Volgens Cindy Vissering van kennispartner in de bouw SBRCURnet is nieuwbouw energieneutraal uit te voeren tegen een investering gelijk aan de kosten van de energierekening over de gehele levensduur van een normale woning. “Bovendien is nul-op-de-meter bij nieuwbouw makkelijker te realiseren dan bij bestaande bouw, omdat je invloed hebt op de oriëntatie van de woningen ten opzichte van de zon en het dak zo kan inrichten dat er veel zonnepanelen op kunnen. Toch is er nog niet veel vraag naar”, concludeert zij. Wat moet er nog gebeuren voor de Nederlandse woningmarkt energieneutraal of zelfs energieopwekkend is?

1. Consument en corporaties: durf te investeren

De beperkte investeringsruimte van de bewoners, beleggers, corporaties werkt de transitie naar een volledig duurzame woningmarkt tegen. Het komt vaak voor dat banken geen extra hypotheekruimte bieden om te investeren in een energieneutrale woning. Ook ziet de consument de investering als een enorm bedrag, terwijl de totale energiekosten over de loopduur van de hypotheek vaak hoger uitvallen. Dat merkt Tim Jonathan in de gesprekken die hij voert met geïnteresseerde consumenten in de modelwoning van het ‘Prêt-à-Loger’-concept op de TU Delft. “We merken dat er een enorme interesse voor is, maar dat mensen wel aanhikken tegen de investering. We gaan uit van een energierekening van 175 euro per maand. Als mensen dit bedrag investeren in de renovatie, komen ze met een normale hypotheek over 30 jaar uit op een investering van 45.000.” Ook de bouwwereld moet volgens Cindy Vissering anders kijken naar de investeringskosten. “We zijn niet gewend om de totale kosten voor onder andere energie tijdens de levensduur van een gebouw mee te berekenen. Er wordt nu alleen gekeken naar de prijs die het kost om woningen neer te zetten.”

2. Bouwpartijen: bied de energieleverende woning aan

Opstelten, Jonathan en Vissering trekken alle drie de conclusie dat de markt nog niet klaar is voor energieneutrale en –opwekkende woningen. “Voor de particuliere markt is men nog bezig toe te werken naar een acceptabele kostprijs”, aldus Vissering. Volgens Opstelten zijn veel van de reguliere bouwpartijen veranderschuw. “Rondom elke verandering zijn er koplopers en volgers voordat de mainstream overstag gaat. Tot het zover is, durft de mainstream bouwmarkt weinig risico te nemen met nieuwe concepten. Pas als bouwbedrijven business gaan verliezen aan koplopers en volgers, of als de wet- en regelgeving het afdwingt, zal dat veranderen.” Toch is het nu een spannend moment, meent Opstelten. “Als je S-curve van de transitie neemt, zitten we nu in de knik. Dat heeft een lange aanloop gehad, maar we zijn voorbij de koplopers en er is een snel groeiende groep volgers, in ieder geval voor de realisatie van volledig energieneutrale woningen.”

3. Overheid: maak energieopwekkend wonen aantrekkelijk

Pas wanneer de consument er echt om vraagt, zal de markt veranderen. Vooralsnog is er voor huiseigenaren weinig voordeel te halen uit energieleverende woningen, vanwege beperkingen in de techniek en de wet- en regelgeving. Zo is het bijvoorbeeld nog niet mogelijk om alle opgewekte elektriciteit op te slaan voor later gebruik, al komt daar nu langzaam verandering in met de ‘huisbatterij’ die Tesla deze maand lanceerde. Momenteel kunnen bewoners die meer energie opwekken dan ze zelf gebruiken dit in Nederland terugleveren aan het net. “Maar dat is helemaal niet aantrekkelijk”, zegt Vissering. “Je krijgt er relatief weinig geld voor terug en bovendien worden de regels hiervoor binnenkort nog verder aangescherpt.” Ook een onderlinge uitwisseling binnen de buurt, bijvoorbeeld via ‘smartgrids’ die vraag en aanbod matchen, is binnen de huidige wet- en regelgeving maar zeer beperkt mogelijk. “In de praktijk zie je dat kantoorpanden overdag veel energie verbruiken en woningen ’s avonds. Idealiter zouden deze verschillende typen gebouwen hun overschotten aan elkaar leveren. De houding van de overheid moet hierin veranderen.”

Opstelten is het daarmee eens: “In Nederland zijn de economische randvoorwaarden nog niet aantrekkelijk genoeg. Ik durf zoiets echter pas richting bewoners aan te raden als zij hun overproductie ten nutte kunnen maken. Nu worden de regels eerder ingekrompen. Als we de maatschappij willen verduurzamen, dan moeten we maatregelen nemen zodat energieopwekkende woningen gestimuleerd worden. De gebouwde omgeving kan immers een belangrijke rol spelen in een maatschappij die volledig draait op duurzaam opgewekte energie.”

“Als je S-curve van de transitie neemt, zitten we nu in de knik. We zijn voorbij de koplopers en er is een snel groeiende groep volgers”

Uiteindelijk zou het verduurzamen van de woningvoorraad een groot aandeel kunnen hebben in de energietransitie. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer een derde van het totale energiegebruik en de woningmarkt neemt de helft van de gebouwde omgeving in beslag. Kortom, er valt veel te winnen. Maar we zijn er nog niet. Eerst moet er een switch om, zowel bij de overheid als de consument. Ook moet de techniek nog verder ontwikkelen. “Hopelijk landt het dan bij de mainstream, want ook bij de consument kan het bewustzijn van de noodzaak van verduurzaming nog verbeteren”, aldus Opstelten. “En als we zo ver zijn, kunnen we gaan opschalen.”

Dit artikel is eerder verschenen op Ruimtevolk en geschreven door Daphne Koenders

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.